BDB BEZOEKT: GAMBIA

  1. Nederlandse scholen in Gambia
  2. Nederlandse mbo-scholieren geven les in Gambia

Nederlandse scholen in Gambia

In Gambia waren wij op bezoek bij Henriëtte Brummers Sonko, de Nederlandse honorair consul in het land. Henriette woont al langer in Gambia dan ik kan lopen en kent het land en de noden door en door. Sinds een aantal jaren werkt Henriette voor de MRC Holland Foundation. Al het geld van deze foundation, wat voortkomt uit de winst van het bedrijf MRC Holland, gaat naar het bouwen van scholen in Gambia.

We bezochten samen met Henriëtte scholen die de MRC Holland foundation heeft gebouwd, maar waar ze inmiddels weer nieuwe klaslokalen nodig hebben (de bevolking in Gambia blijft namelijk groeien). We bezochten ook scholen die renovaties nodig hebben, door lekkende daken of uit elkaar vallende muren, omdat ze eerder niet degelijk zijn gebouwd. Wanneer Henriette scholen bezoekt is ze streng en duidelijk, de administratie moet goed op orde zijn en alles moet netjes onderhouden worden. Als er een teken van verwaarlozing is zal er geen nieuw klaslokaal komen.

Als je dieper het land in gaat bezoeken ze zelfs ‘scholen’, die met 50+ kinderen in de schaduw van een boom zitten en het zand als schoolbord gebruiken. Zolang er docenten aanwezig zijn met de juiste inzet, is Henriëtte/de MRC Holland Foundation bereidt om hiervan uit vrijwel niks een school te bouwen. We hebben zelfs een school bezocht die naar de enorm bescheidde Henriëtte vernoemd is!

Ondanks dat ‘wij’ in de ‘ontwikkelingssamenwerking’ af willen van het ‘hulp’ imago van OS, waarbij waterputten slaan en scholen bouwen ‘ouderwets’ is, wil ik dit voorbeeld toch graag delen. Het gebeurt namelijk mega efficiënt en zoals de titel al doet vermoeden, Nederland is alom bekend en geliefd in het land. Iedereen in Gambia heeft ofwel zelf op een school van de MRC Holland Foundation gezeten, heeft zijn kinderen erop zitten of kent wel een buurjongen of -meisje die op een van de scholen zit.

Met Henriette aan het stuur in Gambia en het vertrouwen in haar van het bestuur van de foundation in Amsterdam, lukt het de foundation om per jaar 550 klaslokalen per jaar te bouwen (meer dan 10 per week!). Ze bouwen deze door het hele land en op elk schoolniveau van de peuters tot de pubers. Geweldig!!

Waarom licht ik nou toch dit voorbeeld van klassieke ontwikkelingshulp uit?

  1. De efficiëntie: Er is één iemand constant ter plekke aanwezig die toezicht houdt en bepaald, terwijl er vertrouwen is vanuit de donor van het geld.
  2. Het positieve effect op de goede naam van Nederland wereldwijd – ondanks dat dit geen doel is van dit project, het is wel een mooi neveneffect.
  3. Het is een bewezen concept dat stapsgewijs wordt verbeterd en ontwikkelt en wat op lange termijn resultaten gaat behalen, bijvoorbeeld het effect op de economie wanneer het onderwijs in een land structureel verbeterd.

Nederlandse mbo-scholieren geven les in Gambia

Onderweg van Nederland naar Mozambique stonden we in het noorden van Senegal op een camping met allemaal (erg luide) Nederlandse jongeren. Ze reden in oude Nederlandse auto’s vol met sponsorstickers. Ondanks de lichte irritatie door de geluidsoverlast won onze nieuwsgierigheid het: we waren ontzettend benieuwd wat ze hier kwamen doen!

Wat bleek: het is een grote groep mbo-scholieren uit Nederland, deze groep kwam voornamelijk uit Tilburg van Yonder (voorheen het ROC in Tilburg). Een deel kwam ook uit Den Haag en Rotterdam.

Deze jonge jongens en meiden werden allemaal praktisch opgeleid van automonteur (een aantal) & elektrotechniek tot houtbewerking en mode. Met de organisatie Go 4 Africa gaat er elk jaar een groep van deze scholieren van Nederland naar Gambia en/of Senegal met de auto. Deze auto’s kopen ze zelf en betalen ze deels met sponsoring van Nederlandse bedrijven uit de buurt. Deze auto’s moeten de barre tocht door de Sahara wel overleven, dus ze moeten wel in relatief oké staat zijn!

Eenmaal aangekomen op de bestemming geven deze scholieren les op lokale scholen, in de vakken waar ze zelf een opleiding in volgen. Ze blijven hier 5 tot 7 weken om hun kennis over te dragen, waarna de auto’s gedoneerd worden en ze weer naar huis vliegen.

De groep jongens die wij hebben ontmoet waren in Gambia bezig met een nieuwe praktische school te bouwen. Hier bouwen ze een garage, werkplaats maar ook installeren ze machines (bijvoorbeeld een pulp-installatie en een eierdoosmachine) om inkomsten te kunnen genereren voor deze school. Geen leerlingen dus maar een school in aanbouw.